Op deze pagina
Autisme en OC: begrijpen en communiceren
Autisme en OC: begrijpen en communiceren
Alexandros

Geschreven door Alexandros SIDIRAS GALANTE op Monday 03 March 2025, bijgewerkt Wednesday 14 October 2026

Geschatte leestijd ~ 7 minutes

Autisme raakt in de eerste plaats de sociale communicatie, en veel autistische mensen praten weinig of helemaal niet. Ondersteunde communicatie (OC) geeft hun nu al andere manieren om te begrijpen en zich uit te drukken, zonder op spraak te wachten en zonder spraak tegen te houden.

Wat is autisme nu?

Een autismespectrumstoornis (ASS) is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die het hele leven meegaat en zich bij iedereen heel anders uit. Er horen twee soorten moeilijkheden bij:

  • in de communicatie en de sociale interactie;
  • herhalend gedrag, beperkte interesses en een sterke behoefte aan routines, waardoor onverwachte dingen moeilijk zijn.

Asperger, PDD-NOS, syndroom van Heller: deze categorieën worden niet meer gebruikt. De DSM-5 (2013), het classificatiesysteem waar men van uitgaat, heeft de vroegere pervasieve ontwikkelingsstoornissen (PDD), waaronder het syndroom van Asperger, PDD-NOS en de desintegratieve stoornis van de kindertijd, samengevoegd tot één diagnose: de autismespectrumstoornis, waarbij wordt aangegeven hoeveel ondersteuning de persoon nodig heeft. In oudere verslagen kom je die termen nog tegen.

De eerste signalen verschijnen vaak al op jonge leeftijd: het kind maakt weinig oogcontact, reageert weinig op zijn naam, speelt weinig met andere kinderen, en zijn taal kan later op gang komen. De diagnose berust op onderzoek door professionals: observatie van het kind, gesprekken met de ouders, tests van communicatie en sociale interactie. Ontwikkelingsmijlpalen en de weg naar zorg: Mijn kind praat niet: waar begin je.

De oorzaken zijn divers: genetische factoren en omgevingsfactoren spelen een rol. Vaccins horen daar niet bij: dat idee berust op verouderde of onbewezen studies.

Voor informatie en advies kun je terecht bij de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA), die een informatie- en advieslijn heeft en je in contact brengt met andere gezinnen in je buurt.

Waarom begin je meteen met OC?

Minstens 30% van de autistische mensen heeft weinig of geen functionele spraak (Beukelman & Light, 2020). Pictogrammen, foto’s, een sprekende tablet, ondersteunende gebaren en natuurlijke gebaren geven hun andere manieren om zich uit te drukken (zie Wat is OC?). Drie punten voorkomen tijdverlies:

  • Geen voorwaarden vooraf. Oogcontact of aanwijzen apart trainen verbetert de communicatie niet: je begint meteen (zie Misverstanden over OC).
  • OC houdt spraak niet tegen: het helpt vaak juist, ook bij autistische kinderen die weinig praten (Kasari et al., 2014). Zie OC en spraak.
  • Een pictogram moet je leren. Autistische kinderen begrijpen standaardsymbolen, net als andere jonge kinderen, vaak verkeerd (McCarthy et al., 2018): je laat ze zien in de situatie zelf.

Daarom gebruikt de omgeving het hulpmiddel zelf tijdens het praten: dat modelleren heeft een groot effect op begrip en expressie, ook bij autisme (zie Modelleren, wachten, reageren).

  • BegrijpenOpdrachten die je laat zien terwijl je praat
  • VooruitkijkenEen visueel dagschema, op elke leeftijd
  • Aandacht delenSamen lezen, video’s en spel
  • VertellenFoto’s, video’s en notitieboeken om over de dag te praten
OC is er niet alleen om iets te vragen: het helpt ook om te begrijpen, vooruit te kijken, te delen en te vertellen.

Hoe help je iemand begrijpen en vooruitkijken?

OC dient ook om te begrijpen. Een jonge autistische jongen volgde mondeling opdrachten van één stap, maar twee of drie als zijn leerkracht ze opschreef terwijl ze sprak, en zijn moeilijke gedrag nam af (Light et al., 1998).

Visuele dagschema’s komen tegemoet aan de behoefte aan voorspelbaarheid, op elke leeftijd (Bopp et al., 2004; Knight, 2015). Twee dingen helpen vooral: afgeronde activiteiten in een vak ‘klaar’ zetten waar de persoon er nog om kan vragen, en keuzes bieden binnen de routine (welke stap eerst, wie helpt). In de praktijk: Visuele ondersteuning: agenda, sequenties, timer.

Dagagenda in Pictalk Buddy: zes momenten van de dag, elk met een pictogram en een tijd, van ‘Klaarmaken voor het werk’ om 7.00 uur tot ‘Werk’ om 13.00 uur; dat laatste, in het groen, is omcirkeld.
In de agenda van Buddy heeft elk moment van de dag een pictogram en een tijd, op volgorde; de huidige activiteit valt op.

Meer dan 90% van de autistische mensen laat op een bepaald moment moeilijk gedrag zien (Jang, 2011), dat vaak ‘ik wil dat’ of ‘ik wil dat het stopt’ betekent: je zoekt die boodschap en leert een andere manier aan om haar te zeggen (zie Probleemgedrag).

Hoe communiceer je verder dan vragen om iets?

Vragen om iets is een goed beginpunt, geen eindpunt: programma’s die alleen op verzoeken gericht zijn, leveren passieve communicators op, die vragen en antwoorden maar zelden een gesprek beginnen (Light, Parsons & Drager, 2002). PECS bijvoorbeeld heeft sterk bewijs voor het leren vragen om iets, maar weinig voor het leren commentaar geven (Ganz et al., 2012): zie PECS of robuuste OC?. Met het hulpmiddel moet de persoon ook kunnen weigeren, commentaar geven, vragen stellen, groeten en vertellen (zie Meer dan vragen om iets).

Aandacht delen

Gedeelde aandacht (met iemand interesse delen voor hetzelfde ding) is een belangrijk doel bij autisme. De beste gelegenheden zijn samen lezen, video’s en spel, met hun geluidjes en terugkerende versjes. Ter plekke een woord toevoegen, bijvoorbeeld een foto van het paard uit het boek met zijn gehinnik, kost minder dan een minuut en zorgt voor meer beurten in het gesprek.

Vertellen met foto’s en video’s

Beurten nemen en vertellen over wat er gebeurd is, zijn bij autisme vaak moeilijk. Beukelman en Light (2020) raden videoscènes aan om daaraan te werken, en autistische kinderen begrepen opdrachten beter als die als scène werden aangeboden (Schlosser, 2013). In Buddy houden je eigen foto’s en de notitieboeken de dag bij, zodat je er ’s avonds over kunt praten.

Echolalie: wat doe je als je kind zinnen herhaalt?

Echolalie is het herhalen van woorden of zinnen die iemand gehoord heeft. Afhankelijk van de studie gaat het om 25% tot 91% van de autistische kinderen, omdat de definitie sterk verschilt (Sutherland et al., 2024). Er zijn twee vormen:

  • directe: op ‘Wil je water?’ antwoordt het kind ‘water?’;
  • uitgestelde: later herhaalt het een zin uit een tekenfilm, een uitdrukking van de juf, een omroepbericht in de supermarkt.

Die herhalingen hebben vaak een functie: contact houden, ‘ja’ zeggen, iets vragen, zichzelf geruststellen, commentaar geven (Prizant & Duchan, 1981; Prizant & Rydell, 1984). Het gaat er dus niet om óf het kind herhaalt, maar om te begrijpen waarom en wanneer.

Eerst observeren, dan op de betekenis reageren

Houd een klein schriftje bij: de zin, het moment, wat er vlak ervoor en vlak erna gebeurde. Vaak zie je dan functies verschijnen. ‘We gaan naar de speeltuin!’ met de stem van een personage, bij de deur, betekent misschien ‘ik wil naar buiten’; ‘klaar, klaar’ tijdens een activiteit ‘ik wil stoppen’. Reageer op het verzoek, en laat tegelijk ‘ik wil naar buiten’ zien op de tablet. Noteer deze betekenissen in een signalenwoordenboek dat je met de omgeving deelt (zie kaart ‘Zo praat je met mij’).

Zijn zinnen in het hulpmiddel zetten

De meeste mensen hebben losse woorden nodig om zinnen te bouwen en kant-en-klare boodschappen om snel te zijn (Beukelman & Light, 2020). Voor een kind dat veel herhaalt:

  • neem de zinnen op die het al met een duidelijke functie gebruikt (‘we gaan!’, ‘tijd voor een tussendoortje!’);
  • geef de knop een label dat precies is wat het kind zegt: een knop ‘hond’ die een hele zin uitspreekt, zorgt voor misverstanden;
  • houd er losse woorden naast, altijd op dezelfde plek, waarmee het iets anders kan zeggen.

Gaat OC de herhalingen versterken?

De paar casestudies hierover laten geen conclusie toe, en OC remt spraak niet af. Een kind dat lang op dezelfde knop drukt, verkent vaak het hulpmiddel, een beetje zoals een kind dat brabbelt, maar het kan ook zichzelf reguleren of een echte boodschap geven. Reageer door andere woorden te modelleren, in plaats van de tablet weg te nemen.

En de GLP-aanpak?

‘Gestalt language processing’ (GLP), of gestalt-taalverwerking, beschrijft een manier van taal leren in hele blokken (zinnen, uitspraken) die het kind stukje bij beetje opdeelt en opnieuw combineert. De aanpak spreekt veel gezinnen aan, maar hoe sterk het bewijs is, staat ter discussie (Hutchins, Knox & Fletcher, 2024; Bryant et al., 2025). Wij kiezen geen kant: bespreek het met de logopedist. Een hulpmiddel dat zowel hele zinnen als losse woorden biedt, altijd op dezelfde plek, past bij beide manieren van leren.

Veelgestelde vragen

Mijn kind wijst niet aan: kan het een tablet gebruiken?

Ja. Je kunt beginnen met weinig vakjes, heel groot, en veel modelleren: aanwijzen kan zich ontwikkelen door het gebruik.

Hoeveel pictogrammen zet je er in het begin op?

Weinig, maar motiverende en gevarieerde woorden: zijn eigen woorden, plus een paar kleine, krachtige woorden zoals nog, klaar, stop, help me. Je voegt er gaandeweg meer toe (zie Welke woorden in het hulpmiddel).

Moet je een kind beletten om te herhalen?

Meestal is het nuttiger om uit te zoeken wat de herhaling betekent, daarop te reageren en andere manieren te laten zien om het te zeggen, dan om het te verbieden.

Pictalk Buddy brengt OC-borden, een visuele agenda, geleide sequenties en notitieboeken samen, met dezelfde pictogrammen, op Android, iOS, het web en het horloge. Een app met vrije bijdrage (je betaalt wat je wilt), ontwikkeld door een vereniging zonder winstoogmerk. Ontdek Buddy

Bronnen

  • American Psychiatric Association, 2013, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), American Psychiatric Publishing.
  • Beukelman, D. R. & Light, J. C., 2020, Augmentative & Alternative Communication, 5e druk, Paul H. Brookes, hoofdstukken 5, 9, 10 en 11.
  • Studies geciteerd naar Beukelman & Light (2020): Kasari et al. (2014); McCarthy et al. (2018); Light et al. (1998); Bopp et al. (2004); Knight (2015); Jang (2011); Light, Parsons & Drager (2002); Ganz et al. (2012); Schlosser (2013).
  • Over echolalie: Sutherland et al. (2024); Prizant & Duchan (1981); Prizant & Rydell (1984).
  • Over GLP: Hutchins, Knox & Fletcher (2024), Autism & Developmental Language Impairments; Bryant et al. (2025), systematische review, Current Developmental Disorders Reports.

Vond je dit artikel nuttig? Deel het gerust.