Ondersteunde communicatie (OC) omvat alle middelen die spraak aanvullen of vervangen: gebaren, gebarentaal, pictogrammen, borden, apps die spreken, schrijven. OC is er voor iedereen bij wie spraak niet volstaat om zich in het dagelijks leven verstaanbaar te maken, op elke leeftijd en zonder voorwaarden vooraf. Hieronder lees je eerst de basis en daarna welke gidsen je leest als ouder of als professional.
Wat is OC precies?
OC (in het Engels AAC, augmentative and alternative communication) is de verzamelnaam voor alle middelen die spraak en schrijven aanvullen of vervangen, van gebaren tot sprekende apps. Het is niet één hulpmiddel of één methode: gebaren, een map met pictogrammen of een tablet die spreekt zijn allemaal OC.
We spreken van complexe communicatieve behoeften als iemands spraak niet volstaat voor de communicatie in het dagelijks leven, wat de oorzaak ook is. Het gaat bijvoorbeeld om:
- kinderen die nog niet of heel weinig praten, met of zonder diagnose (mijn kind praat niet);
- autistische mensen (autisme en OC);
- mensen met het syndroom van Down (syndroom van Down en OC);
- mensen met cerebrale parese of een ernstige meervoudige beperking (toegang: houding, schakelaar, oogbesturing);
- mensen die wel wat praten maar zich moeilijk verstaanbaar kunnen maken of niet doeltreffend communiceren, bijvoorbeeld bij verbale ontwikkelingsdyspraxie (OC en spraak);
- volwassenen die hun spraak verliezen na een beroerte (afasie) of door ALS (OC bij volwassenen).
‘Maar wij begrijpen hem heel goed’
Veel gezinnen begrijpen hun kind: zijn gebaren, zijn klanken, zijn blikken. Dat is waardevol, maar deels een illusie van communicatie: op school, bij de dokter of in de winkel kent men hem niet zo goed, weet men niets van zijn leefwereld en begrijpt men hem slecht. OC zorgt ervoor dat iedereen hem begrijpt, niet alleen wie heeft leren raden. Een kaart ‘Zo praat je met mij’ helpt om die ontmoetingen voor te bereiden.
Vervangend of aanvullend: wat is het verschil?
De Engelse term augmentative and alternative beschrijft twee manieren van gebruik die elkaar aanvullen.
| Vervangende communicatie | Aanvullende communicatie | |
|---|---|---|
| Rol | Vervangt spraak als die ontbreekt of niet bruikbaar is | Vult spraak aan die er wel is, maar niet volstaat |
| Voor wie | Mensen die niet praten | Mensen die wat praten, of die moeilijk te verstaan zijn |
| Voorbeeld | Een zin maken in een app die hem uitspreekt | Een woord zeggen en het pictogram aanwijzen als de ander het niet begreep |
‘Aanvullend’ is de vertaling van het Engelse augmentative: je voegt middelen toe aan wat er al is. De grens ligt niet vast: hetzelfde hulpmiddel kan bij de ene persoon spraak vervangen en bij de andere spraak aanvullen.
OC met of zonder hulpmiddel?
Het tweede onderscheid gaat over het middel dat je gebruikt.
| Type | Principe | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Zonder hulpmiddel | Alleen het lichaam, zonder extern middel | Gebaren, mimiek; ondersteunende gebaren zoals Nederlands met Gebaren (NmG); Nederlandse Gebarentaal (NGT) |
| Met hulpmiddel, low-tech | Een middel zonder elektronica | Communicatiebord, pictogrammenmap, letterkaart, papieren dagschema |
| Met hulpmiddel, high-tech | Een elektronisch middel | Tablet of telefoon met een OC-app, spraakcomputer |
OC zonder hulpmiddel heb je altijd bij je, maar alleen wie de gebaren kent, begrijpt ze (bij ondersteunende gebaren zeg je de hele zin en gebaar je alleen de belangrijke woorden). Voor OC met hulpmiddel moet je het hulpmiddel bij je hebben, maar iedereen kan het begrijpen: een synthetische stem is van ver te horen, ook door mensen die niet lezen.
Papier en digitaal vullen elkaar aan, en een papieren reserve blijft onmisbaar als het apparaat er niet is. Wil je de mogelijkheden vergelijken en een proefperiode organiseren, lees dan een hulpmiddel kiezen: papier, tablet, uitproberen.
Pictogrammen, methoden, apps: wat je moet weten
- Pictogrammen zijn vereenvoudigde tekeningen die een woord of idee weergeven; de vrije pictogrammenbank ARASAAC wordt veel gebruikt.
- PECS is een OC-methode die werkt met het uitwisselen van plaatjes, vooral om te leren vragen om iets (PECS of robuuste OC?).
- PODD, ontwikkeld door Gayle Porter, ordent de pagina’s naar bedoeling (kletsen, een vraag stellen, zeggen dat er iets mis is) in plaats van naar woordcategorieën (meer dan vragen om iets).
- OC-apps worden besproken in de vergelijking van OC-apps.
Vaktermen (scannen, kernwoordenschat, motorische planning…) worden uitgelegd in de OC-woordenlijst.
Waarom spreken we van multimodale communicatie?
Niemand communiceert met maar één middel: we praten, maar we wijzen ook, halen onze schouders op, schrijven een woord. Iemand die OC gebruikt, doet hetzelfde: spraak, klanken, gebaren, papier en apparaat door elkaar, afhankelijk van de gesprekspartner en de situatie. Eén vorm is nooit genoeg (Williams, Krezman & McNaughton, 2008, geciteerd door Beukelman & Light, 2020).
Spraak en klankenEen klank die begrepen wordt, is een geslaagde boodschap
GebarenVoor een eenvoudig verzoek aan een naaste
Papieren bordNeemt het over als het apparaat er niet is
AppOm te vertellen, of om te praten met wie de gebaren niet kent
Een gebaar is vaak genoeg voor een eenvoudig verzoek aan een naaste; de app dient om te vertellen of om te praten met iemand die de gebaren niet kent; papier neemt het over als het apparaat er niet is. Het doel is dus niet het ene middel door het andere te vervangen, maar er middelen bij te geven. Een gebaar of klank die begrepen wordt, is een geslaagde boodschap: reageer erop, via welk kanaal ook.
Communicatie is een recht
Communiceren is een fundamenteel mensenrecht, maar het schiet er vaak bij in door gebrek aan tijd, scholing of hulpmiddelen die makkelijk in te zetten zijn. Toegang tot communicatie is een voorwaarde voor zelfstandigheid en leren, en onmisbaar voor welzijn en mentale gezondheid: veel probleemgedrag komt voort uit een gebrek aan middelen om zich te uiten. Ook in een zorginstelling verdient OC een plan voor de hele instelling (OC in de zorginstelling).
Welke principes onthoud je voordat je begint?
Deze principes vatten de consensus in het onderzoek samen, zoals Beukelman en Light (2020) die beschrijven. Elk principe wordt uitgewerkt in een eigen gids.
- Er zijn geen voorwaarden vooraf: niemand is te jong, te oud of ‘nog niet klaar’, en zogenaamde voorwaardelijke vaardigheden los oefenen verbetert de communicatie niet (Kangas & Lloyd, 1988; Romski & Sevcik, 1988), zoals misverstanden over OC uitlegt.
- Uitgaan van competentie betekent ervan uitgaan dat iemand meer begrijpt dan hij kan uiten (misverstanden over OC).
- OC houdt spraak niet tegen: het remt spraak niet af en helpt die vaak juist op gang (Millar, Light & Schlosser, 2006; Romski et al., 2010), zoals OC en spraak uitlegt.
- Je leert OC door het te zien gebruiken: de pictogrammen op het hulpmiddel van de persoon aanwijzen terwijl je tegen hem praat (modelleren) heeft volgens meerdere meta-analyses grote effecten op begrip en expressie (Allen et al., 2017; O’Neill, Light & Pope, 2018), zie modelleren, wachten, reageren.
- De omgeving telt net zo zwaar als het hulpmiddel: een taal die niet dient om met naasten te communiceren, raakt uiteindelijk in onbruik, en de inzet van alleen professionals is niet genoeg (communicatiepartners trainen).
- Communiceren is meer dan vragen om iets: nieuws delen, groeten, grapjes maken of vertellen zijn net zo belangrijk als je behoeften uiten (Light, 1988), zie meer dan vragen om iets.
- Persoonlijke woorden tellen net zo zwaar als kernwoorden: een beginner start met zijn eigen woorden (namen, eten, spelletjes) en een paar krachtige woorden zoals ‘nog’, ‘klaar’ of ‘help’ (Laubscher & Light, 2018), zie welke woorden in het hulpmiddel.
- De woordenschat is nooit af: een woordenschat die niet wordt bijgewerkt, is een van de belangrijkste redenen waarom hulpmiddelen aan de kant worden gelegd (Johnson et al., 2006), dus is het belangrijk om de woorden in het hulpmiddel mee te laten groeien.
- Woorden blijven op hun plek: als elk woord altijd dezelfde plek houdt, wordt de beweging om het te bereiken automatisch, zie het rooster indelen.
- OC helpt ook bij begrijpen: visuele dagschema’s werken op elke leeftijd (Bopp et al., 2004; Knight et al., 2015), zie visuele ondersteuning: agenda, sequenties, timer.
- Lezen en schrijven is een doel voor iedereen: geschreven taal is de enige toegang tot een onbeperkte woordenschat, en je kunt die aanleren zonder voorwaarden vooraf, zie OC en lezen.
Waar begin je?
Volg de route die bij jou past, in deze volgorde. Is de situatie van de persoon bekend (autisme, syndroom van Down, afasie…), lees dan ook de bijbehorende gids die hierboven genoemd wordt.
Je bent ouder
- Mijn kind praat niet: waar begin je: houvast, signalen om op te letten, eerste stappen thuis.
- Misverstanden over OC: ‘te jong’, ‘nog niet klaar’… wat het onderzoek zegt.
- OC en spraak: ook als je kind al een paar woorden zegt.
- Modelleren, wachten, reageren: hoe je elke dag met het hulpmiddel praat.
- Welke woorden in het hulpmiddel: de eerste woorden, kernwoorden en persoonlijke woorden.
- Visuele ondersteuning: agenda, sequenties, timer: je kind helpen zijn dag te begrijpen.
- Een hulpmiddel kiezen: papier, tablet, uitproberen: uitproberen voordat je beslist.
- Financiering van OC: een aanvraag voorbereiden en onderbouwen.
Je bent professional
Logopedist, begeleider, leerkracht of lid van een team in een zorginstelling:
- OC invoeren in een team: onderzoek, OC-coördinator, samenwerking.
- Modelleren, wachten, reageren: modelleren, wachttijd en training van communicatiepartners.
- Welke woorden in het hulpmiddel: kernwoorden, randwoorden en persoonlijke woorden.
- Het rooster indelen: roostergrootte, vaste posities en kleurcode.
- Meer dan vragen om iets: alle communicatiefuncties oefenen.
- OC en lezen: lezen en schrijven aanleren.
- OC op school: ondersteuning in de klas en aangepast lesmateriaal.
- OC in de zorginstelling: wat een plan voor de hele instelling bevat en hoe je begint.
Veelgestelde vragen
Hoelang duurt het om OC te leren?
OC leer je zoals een taal, over een periode van jaren, maar je kunt vandaag al beginnen. Communicatiepartners gaan snel vooruit: minder dan vijf uur training is genoeg om hun manier van werken te veranderen (Kent-Walsh & Binger, 2013, geciteerd door Beukelman & Light, 2020).
Wie kan ons begeleiden?
Een logopedist kan je informeren en helpen om de passende methode en het passende hulpmiddel te kiezen. ISAAC-NF, de belangenvereniging voor ondersteunde communicatie in Nederland en Vlaanderen, informeert mensen die OC gebruiken en hun omgeving.
Pictalk Buddy brengt OC-borden, een visuele agenda, geleide sequenties en notitieboeken samen, met dezelfde pictogrammen, op Android, iOS, het web en het horloge. Een app met vrije bijdrage (je betaalt wat je wilt), ontwikkeld door een vereniging zonder winstoogmerk. Ontdek Buddy
Bronnen
- Beukelman, D. R. & Light, J. C., 2020, Augmentative & Alternative Communication: Supporting Children and Adults with Complex Communication Needs, 5e druk, Paul H. Brookes.
- Studies geciteerd naar dit werk: Williams, Krezman & McNaughton (2008); Kangas & Lloyd (1988); Romski & Sevcik (1988); Millar, Light & Schlosser (2006); Romski et al. (2010); Allen et al. (2017); O’Neill, Light & Pope (2018); Light (1988); Laubscher & Light (2018); Johnson et al. (2006); Bopp et al. (2004); Knight et al. (2015); Kent-Walsh & Binger (2013).